Het verhaal van Donya

Donya (19) is geboren in Amsterdam, ze valt op meisjes. Haar vader is van Curaçao, haar moeder is Nederlandse. Ze zat in Bonaire op de middelbare school toen ze tijdens een les spontaan besloot haar coming out te doen.

Het was heerlijk. En tegelijk ook een beetje een anticlimax.

“M’n vader is van Curaçao, m’n moeder is Nederlandse, ik ben geboren in Amsterdam. Hoewel m’n ouders op mijn achtste al uit elkaar waren, besloot m’n moeder toen dat we naar Bonaire zouden verhuizen om me iets mee te geven van de Antilliaanse cultuur. Het was flink wennen voor me. Ik moest m’n vrienden achterlaten, en op Bonaire kende ik de gebruiken en de taal niet.

Ik was twaalf jaar toen ik voor het eerst verliefd werd, op een meisje. Maria, een Venezolaanse, ze zat bij me in de klas. Het voelde heel natuurlijk voor me, ik schrok er niet van. Pas de dag nadat ik besefte dat ik verliefd op haar was, begon ik na te denken over wat anderen ervan zouden vinden. En in het bijzonder mijn moeder. Daar had ik eigenlijk geen antwoord op.

“Ik durfde me niet om te kleden in bijzijn van andere meisjes”

De broer van m’n moeder is homo, ik kwam al over de vloer bij hem en zijn vriend sinds ik vijf was. Dus rationeel was het niet dat ik daar toch ineens onzeker over werd. Ik durfde niet zomaar te denken dat ze er géén probleem mee zou hebben, dat ze gewoon van me zou houden omdat ik haar dochter ben.

Ik begon me ook over andere dingen zorgen te maken. Omkleden in de kleedkamer in het bijzijn van de andere meisjes. Ik durfde het eigenlijk niet meer omdat ik bang was dat ze boos zouden worden als ze er ooit achter kwamen wat voor gevoelens ik had. Het woord mariku werd om me heen net zo vaak gebruikt als scheldwoord als het woord homo in Nederland. 

“Het pesten liep uit de hand”

Op de middelbare school was ik aanvankelijk een eenling. Ik werd gezien als nerd, en ik was geen meisje-meisje. Ik had aan wat ik aanhad, een surfbroek en een T-shirt, ik lette er verder niet zo op. Regelmatig werd ik gepest door het groepje meisjes dat wel populair was, al hadden die het zo’n beetje op iedereen voorzien - een soort mean girls waren het.

Tot een jongen - hij is nog steeds één van m’n beste vrienden - me uitnodigde om in de pauze bij hem en zijn vrienden te komen zitten. Vanaf dat moment werd mijn middelbare schooltijd leuker. Maar het pesten ging door, soms heel hevig. Het liep uit de hand. Op mijn dertiende besloot ik aan mijn moeder te vertellen dat ik van meisjes hield. Ik wilde aan haar kunnen vertellen wat er speelde in mijn leven en in mijn hoofd. De gevoelens die ik had, en waarom ik gepest werd.

“Mijn moeder bracht het terug tot wat het was: niks bijzonders”

Het was zenuwslopend om het tegen m’n moeder te zeggen. Na het eten zei ik: ‘Mam, ik moet je iets vertellen.’ Ik ging er helemaal voor zitten, en toen dan eindelijk: ‘Mama, ik val op meisjes.’ Ze lachte en zei: ‘Dat wist ik toch allang. Was dat het? Dan ga ik weer door met m’n werk.’

Ik zei: ‘Bedankt mama.’ En ze antwoordde: ‘Waar bedank je me voor? Je bent m’n kind.’

Ik weet niet of er woorden zijn om te beschrijven hoe ik me voelde. Het was heerlijk. En tegelijk ook een beetje een anticlimax, haha. In al die tijd dat ik het voor me had gehouden was het in mijn hoofd uitgegroeid tot iets heel groots. Met haar simpele reactie bracht mijn moeder het weer terug tot wat het was: niets bijzonders eigenlijk.

“De hele klas viel stil toen ik ‘ja’ zei”

De tweede stap was het vertellen aan m’n klasgenoten. In het vierde schooljaar had ik ondertussen veel vrienden gemaakt. Eigenlijk was ik zelf best populair. Ik dacht: iedereen kent me, ze mogen me, wat maakt het nu nog uit? Tijdens een les was er een jongen die voor me zat aan het stangen, hij pakte dat even niet zo goed op. Hij draaide zich kwaad om en zei in het Papiaments: ‘Ben je flikker of zo?’

Ik keek hem recht in de ogen en zei alleen maar: ‘Ja’. De hele klas was stil. Vanaf dat moment wist iedereen het, en er werd nooit een probleem van gemaakt. De laatste twee jaar op de middelbare school voelden heel veilig voor mij.

“Op Bonaire kun je nergens naartoe als homo”

Ik besef dat ik geluk heb gehad. Ik zat lekker in mijn vel, ik voelde me sterk. Maar het is niet per se makkelijk op Bonaire om homo te zijn. Het is een heel kleine gemeenschap, er wordt veel geroddeld, en geloof speelt een belangrijke rol, er zijn veel Jehova’s Getuigen. Ook in de katholieke kerk: als er over homoseksualiteit werd gesproken, werd erbij gezegd dat het een zonde was. Na de mis duikt iedereen wel de kroeg in, dat dan weer wel. Er zijn geen plekken waar je naartoe kan gaan als homo.

Ik denk dat als ik nog op Bonaire zou wonen, dat ik gek zou zijn geworden. Maar 2,5 jaar geleden verhuisde ik met m’n moeder terug naar Nederland. In Rotterdam leerde ik Rainbow City kennen, en de Hangout. Zij organiseren activiteiten en evenementen voor LHBT’s waar allemaal kleurrijke mensen op af komen, ook veel Antillianen. Als ik daar ben en om me heen kijk, kan ik alleen maar dankbaar zijn dat ik de afgelopen jaren de goede kant op ben gegroeid.”

Donya, 19 jaar

Meer weten over het uitkomen voor je homoseksualiteit?

Klik hier om meer te lezen